| De heilige koe als snelheidsduivel |
|
Het kabinet Rutte kent zorgen. Er moet bezuinigd worden en niet zo’n beetje. Zo komt de zorgeloze oudendag in gevaar door bezuinigingen die deze voorzieningen steeds meer zorgloos maken. Maar een van de voornaamste zorgen waar dit kabinet zich mee bezig lijkt de vraag: hoe overleef ik deze kabinetsperiode? Daartoe moeten zij zich zoveel mogelijk in de kijker zien te spelen bij het kiezersvolk. Zo kan het gebeuren dat in voorgaande perioden, toen de recessie nog moest worden uitgevonden het accent lag op natuurontwikkeling en duurzame energie. Nu het economisch systeem in elkaar dreigt te klappen wordt ook deze zorg aan de kant geschoven. De cultuur en het milieu krijgen daardoor het stempel van ‘linkse hobby‘ opgedrukt, terwijl de kabinetsmaatregelen als een nobel rechts streven worden verkocht. Daarmee wordt het milieu tot het speeltje van de oppositie gedegradeerd. En kijk, hoe de slimme VVD haar volgende kabinetsformatie veilig stelt. Om tegemoet te komen aan het verlangen van vele automobilisten gaan we op de snelwegen een maximum snelheid van 130 km/uur toestaan. Om het weldenkend deel van de burgers gerust te stellen moet daar wel iets tegenover gesteld worden. “Tom poes, verzin een list”, zal Rutte zijn adjudanten opdracht gegeven hebben. De rol van Tom Poes viel daarbij ten deel Charley Aptroot, de woordvoerder van verkeer en openbaar vervoer. In de veronderstelling dat de gemiddelde burger wel dommer zou zijn dan hijzelf bracht hij de volgende argumenten in stelling: - Een hogere snelheid vermindert het aantal verkeersdoden - De luchtverontreiniging neemt niet toe - Automobilisten hoeven geen sluipwegen meer te berijden - Het aantal files neemt af. Laten we eens kijken of deze bedrijfseconoom alleen maar heeft leren praten of dat hij ook nog iets van zijn middelbare schooltijd heeft onthouden van de vakken natuurkunde en techniek. Stel dat het gemiddelde voertuig een lengte van 10 meter heeft. Dan gaan er bij een snelheid van 0 kilometer/uur dus 100 voertuigen in een kilometer. Bij een snelheid van 50 km/uur en een reactietijd van 1 seconde (schrikseconde) is de snelheid nog steeds 50 km/uur, (ca 14 m/sec). Daarna vangt de remweg aan. Bij een remvertraging van 8 m/sec² bedraagt de remweg 12 meter en is de stopafstand tot een stilstaand object dus 26 meter. Per kilometer snelweg is er dan plaats voor 28 voertuigen om zonder schade een noodstop te kunnen maken. Bij 100 km/uur bedraagt de reactieafstand 28 meter en de remweg 48 meter. Een noodstop vergt hier dus 76 meter. Dat biedt plaats voor 12 voertuigen per kilometer snelweg. Bij 120 km/uur vergt de reactieafstand 33 meter en is de remweg 70 meter. Samen dus 103 meter. Per kilometer snelweg kunnen dan ongeveer 9 voertuigen zich veilig van A naar B begeven. Gaat men de maximum snelheid naar 130 km/uur opvoeren dan wordt de reactieafstand 36 meter en de remweg 82 meter. De noodstop vergt hier dus een afstand van 118 meter en laat slechts ruimte voor minder dan 8 voertuigen per kilometer snelweg. Uiteraard zijn deze berekeningen suggestief en wekken ze de indruk dat er dat bij een maximum snelheid van 130 km/uur geen verkeersdoden op de A59 te betreuren zullen zijn. Dat klopt, maar ik denk niet dat de ochtend- en avondspits op de A59 slechts 8 voertuigen per kilometer toelaat. Zoals het er nu uitziet raast er een kudde heilige koeien over de weg. En deze kuddedieren hebben nu eenmaal de eigenschap dat ze zo dicht mogelijk bij elkaar blijven. Het aantal op- en afritten zorgt er bovendien voor dat ieder gaatje in de kudde wordt opgevuld. En anders zorgen de snelle jongens er wel voor dat ze met 150 km/uur het gat opvullen. Stel dat ze onderling een afstand van 20 meter van elkaar blijven dan is er zelfs geen tijd over om te remmen. Ieder obstakel zoals een kettingbotsing leidt daarbij tot een fatale reductie van het aantal HH. koeien. Derhalve mijnheer Aptroot: als uw stelling waar is dan zou u niet de maximum snelheid, maar de minimum snelheid moeten verhogen. Liefst naar 150 km/uur. Weg met de zondagsrijders die met 80 km/uur met hun kinderen een bezoek aan opa en oma brengen. Trouwens, in mijn voertuig bevindt zich een brandstofverbruikmeter en die vertelt mij dat ik bij 120 km/uur 100% meer brandstof verbruik dan bij 80 km/uur. Komt hier de VVD-aap uit de mouw? Moeten we 130 gaan rijden om de staatskas te spekken met een aanzienlijke hoeveelheid accijnsinkomsten? In 2010 beantwoordde de provincie Noord-Brabant een vraag van de actiegroep ‘Hoor de A59’ over de luchtvvervuiling langs de ‘Heusdense’A59. Hieruit bleek dat de grenswaarde van 40 µg/m³ voor stikstofdioxiden zeer vaak werd overschreden en nogal wat schommelingen vertoonde. Volgens minister Schultz zal de luchtkwaliteit bij hogere snelheid weliswaar verminderen, maar door de te verwachten technische verbeteringen aan de auto’s zullen de cijfers van 2015 gelijk zijn aan die van 2010. Rijkswaterstaat gaat zelfs zo ver, dat de luchtkwaliteit steeds aan de grenswaarde was blijven voldoen. Maar wat heeft dat met de situatie van heden te maken? In een periode dat we met zijn allen over eens waren dat de vervuiling moest worden teruggedrongen was de vorige regering bereid op de meest vuile wegen de maximum snelheid naar 100km/uur te brengen. Ondanks fel verzet van de toenmalige minister van verkeer Eurlings werd in de Tweede Kamer een motie aangenomen die van de A59 een 100 km snelweg maakte. Hoe geloofwaardig ben je dan wel als je stelt dat bij een snelheid van 130 km/uur de luchtkwaliteit verbetert? Het zelfde verhaal geldt voor de geluidskwaliteit. Ondanks vele klachten van omwonenden en meetresultaten van particuliere onderzoekers; ondanks berekeningen door de THU en andere onderzoeksinstellingen werd door Rijkswaterstaat steeds staande gehouden dat de grenswaarde van 65 dB(A) nooit werd overschreden. Bovendien werd gesteld dat het aanbrengen van een ZOAB wegbedekking de geluidsdruk met enkele dB’s zou verlagen. Het heeft de actiegroep ‘Hoor de A59’en de gemeente Heusden vele jaren gekost om via de provincie Noord-Brabant, de diverse politieke partijen, de Tweede Kamerfracties en Rijkswaterstaat te overtuigen van de noodzaak tot het aanbrengen van geluidsschermen. En wat doet de minister? Zij stelt dat het geluidsniveau weliswaar enkele dB’s zal toenemen maar de grenswaarden door het aanbrengen van geluidsschermen op hetzelfde niveau zal zijn als bij een snelheid van 100 km/uur. Met andere woorden: Luchtverontreiniging en geluidshinder zullen gelijk blijven aan de situatie van toen er nog geen geluidsschermen waren. Waarom werden al die internationale verdragen opgesteld met eisen waaraan de luchtkwaliteit in 2010 moest voldoen? Waarom is de auto-industrie al jaren ingepeperd dat zij zich moeten inspannen om hun voertuigen milieuvriendelijker te maken? Zijn al die inspanningen overbodig geworden als we omwille van enkele minuten tijdswinst de maximum snelheid gaan verhogen? Waar hebben de burgers van onze inwoners, de gemeente, de politiek, de provincie en de Tweede Kamer zich zo ingespannen om de A59 gezonder en stiller te krijgen? Is dat alleen maar gedaan om het Heusdense traject met een paar seconden te kunnen bekorten? Gelukkig heeft zich van minister Schultz een zekere aarzeling meester gemaakt. Zij vindt dat de 130 km/uur niet zomaar op alle snelwegen kan worden toegepast. De tweebaans A59 met zijn vele op- en afritten zal daarvoor niet geschikt zijn. En de scheurneuzen die het voortrazen over een snelweg als een atractie zien waarbij veel adrenaline vrijkomt moeten hun vermaak maar gaan zoeken in de Efteling. 2011-12-17 © tekst André van der Heijden |

