| Bushokje |
|
Nee, ik ben geen deskundige op kunstgebied. Weliswaar weet ik aardig wat van klassieke muziek en heb ik een goed gevoel bij het aanschouwen van een lapje beeldende kunst, maar om jezelf daadoor kunstkenner te noemen gaat te ver. Toch heb ik voor mijzelf uitgevonden dat kunst niet te maken hoeft te hebben met schoonheid. Een muziekwerk kan oorstrelend zijn, een schilderij een lust voor het oog. Maar ook andere kwalificaties kun je geven aan kunst. Kunst vermag gevoelens van blijdschap opwekken, nieuwsgierigheid prikkelen, maar kan ook walging oproepen. Dit zijn waardeerbare, functionele eigenschappen. Een museum dat louter zwart of rood geverfde doeken tentoonstelt kan bij bezoekers ergernis oproepen, maar daarmee toch functioneel zijn. Het wordt pas erg als kunst niks oproept. Zolang kunst zich bevindt binnen de muren van museum of concertzaal onderga je de beleving vrijwillig. Je hoeft niet naar binnen. Anders is het gesteld met kunstobjecten die door sommigen enigszins denigrerend aangeduid worden met de naam 'straatmeubilair'. Daar kun je zonder waardeoordeel niet omheen. Nu zijn er mensen die vanuit een overheidsfunctie beoordelen welke kunst wél de straat op mag en welke niet. Als een gemeente een mooi plein heeft weten te creëren dan vraagt dit te worden bekroond met een fraai kunstobject. Statisch of dynamisch doet er niet toe, men moet er door getroffen worden. Dat geldt niet alleen voor de kleine kring van experts op het gebied van beeldende kunst, maar ook voor 'de gewone man', de passant aan wie vrijwel dagelijks zo'n monument wordt geopenbaard. Nu heeft de gemeente Heusden bedacht dat er op het Drunense plein een eigentijds monument moest komen. Geen Michiel de Ruiter- of Jeroen Bosch-achtige sculptuur, ook geen abstracte metaalplastiek, maar iets eigentijds dat de verbeelding prikkelt. Zo'n monument moet een eenheid vormen met het plein en het moet de weidsheid van het plein accentueren. Bovendien moet er een goed verhaal achter zitten. Het moet iets onverzettelijks uitstralen. Iets wat tijdloos en door duiven bescheten alleen maar aan zeggingskracht toeneemt. Kortom een dijk van een monument. Het plein was rijp voor een machtige bronssculptuur, een uit hardsteen gekapte beeltenis, of desnoods voor een uit oude auto-onderdelen in elkaar geknutselde mobile. Op zo'n plein horen geen auto's thuis en bestaande objecten dienen eerst met de grond gelijk gemaakt. Een handige opstapplaats voor het openbaar vervoer in de vorm van een bushokje zal daar zelfs voor moeten wijken. En wat kwam er? Geen bronssculptuur en ook geen abstracte metaalplastiek Men koos voor een aluminium raamwerk, opgevuld met glasplaten in de vorm van....een bushokje. Een laagje zand van ongeveer 10 centimeter moet de indruk wekken dat Drunen en zand onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De dynamiek wordt gesymboliseerd door zo nu en dan een plofje te veroorzaken dat het zand een weinig doet verstuiven. Niet een grote wervelwind die plots het zand metershoog opjaagt, maar een bescheiden plofje. Je moet er ongeveer 7 minuten voor uittrekken om telkens een nieuwe mini-explosie te zien. Zoveel tijd neem je meestal niet voor het aanschouwen van een kunstwerk in een museum. Dit heeft iets van staren naar groeiend gras. Ik kan het mis hebben. Misschien beschik ik niet over de juiste instelling om mij open te stellen voor deze vorm van beeldende kunst. Maar ondanks het feit dat er een goed verhaal achter schuilgaat kan ik mij niet voorstellen dat onze burgemeester met gepaste trots een explicatie geeft aan een buitenlandse delegatie over een glazen bushokje met wat zand erin. Of het moet zijn dat hij hiermee een eigentijds stukje cultuur tentoonstelt. Binnen een week had de nachtelijke hangjongeren slopersploeg namelijk al aangetoond dat ook dit bushokje, net als de echte niet vandalismebestendig was. Misschien voldeed het monument dan toch aan een belangrijke voorwaarde: kunst vermag emoties opwekken.
Tekst: André van der Heijden Column (25-05-2006) t.g.v. de opening van het Raadhuisplein in Drunen, die destijds omstreden was en niet gepubliceerd is. Nu dus wel. Redactie Hallo Heusden. |




