Het Rijke Vlijmense Wielerleven 10

Vlijmense vedetten

10 1 hrvw ano

Tiny Wolfs (1932)

De levende Legende

Bij de overgang van het 20ste naar het 21ste millennium werden er over de hele wereld allerlei verkiezingen gehouden over 'wie was de beste (vul maar in) van de 20ste eeuw?' Als beste wielrenner kwam Eddy Merckx uit de bus, al was men het daar in Italië totaal niet mee eens. Voor de Tifosi is en blijft Fausto Coppi nog altijd de allerbeste. Verschillende tijdperken laten zich echter moeilijk vergelijken.

10 2 hrvw twster
Tiny in zijn favoriete 'sterren'-trui (Archief Bart van de Ven).

 

Eddy Merckx heeft zonder twijfel de grootste palmares, maar reed onder totaal andere omstandigheden en had veel minder weerstand dan Fausto Coppi, die in zijn carrière af te rekenen had met nogal wat andere grote kampioenen en ook nog eens een aantal jaren verloor door de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast vervaagt de tijd herinneringen en heeft men de neiging de kampioenen uit het verre verleden te vergeten. Zo werden in de polls voor de beste wielrenner maar zelden de namen van Octave Lapize en Henri Pelissier of Constante Girardengo genoemd, respectievelijk de beste renners in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog en het Interbellum, de jaren tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. En zo zal de vraag wie de beste Vlijmense wielrenner aller tijden is eveneens moeilijk te beantwoorden zijn. De eerste opwelling zal bij velen ongetwijfeld zijn: Lars Boom. Want welke andere Vlijmense renner kan er nu tippen aan vier wereldtitels? En toch, voor veel vooral oudere wielerliefhebbers is en blijft Tiny Wolfs de beste Vlijmense renner ooit. En daar hebben zij zo hun redenen voor. Oordeel zelf!

10 3 hrvw liedtinywolfs
Het supporterslied van Tiny Wolfs, tekstschrijver onbekend (part.coll.)

"Tiny Wolfs, onze favoriet", zongen ze in de midden vijftiger jaren in Vlijmen. Gerrit Schulte zelf zei van hem: "Hij heeft goud in de benen". Dat hij inderdaad koersen kon, bewees hij meerdere malen. Tiny was een sierlijke coureur met een mooie hoge zit. Vooral in de koersen boven de 200 kilometer blonk hij uit. In 1953 werd hij samen met Krijn Post eerste in een klassement opgemaakt over dertien in ons land verreden grote koersen. Ettelijke malen was hij dicht bij een 'klassieke' zege, maar helaas miste Tini net dat extra tikkeltje sprintvermogen om van hem de superkampioen te maken, en ontbrak het hem op het wereldkampioenschap in Lugano in 1953 aan vorm om zich ook internationaal in de kijker te rijden. Daarvoor moest hij nog drie jaar wachten. Want toen, in 1956, behaalde hij zijn meest aansprekende triomf door het winnen van de etappe Berlijn - Leipzig in de Vredeskoers Warschau - Berlijn - Praag, waar hij in het algemeen klassement ook nog even de zevende plaats wegkaapte. De Vredeskoers was verreweg de grootste en zwaarste etappekoers voor amateurs en werd wel de Tour de France van het Oostblok genoemd. De allerbeste renners van achter het IJzeren Gordijn stonden steevast in de Vredeskoers aan het vertrek; voor hen was het de koers van het jaar. Om hier te excelleren moest je tot de top van het amateurgilde behoren en dat bewees Tiny eens te meer. Eerder al, in 1955, was Tini ook nog een dag oranje trui drager in de eerste Olympia's Tour door Nederland, die na 28 jaar weer in ons land georganiseerd werd.

10 4 hrvw winnaar
1956, Tiny als winnaar in Gütersloh(D) (part.coll.) 

Hoewel Tiny in 1957 nog wel de derde rit Goirle - Vlijmen in de Ronde van Brabant won, beëindigde hij een jaar later veel te vroeg – op amper 26-jarige leeftijd – zijn wielercarrière.

Het enthousiasme dat Tiny door zijn grootse prestaties echter voor de wielersport opwekte, mag gerust het fundament genoemd worden waarop latere generaties in Vlijmen hun prestaties bouwden.

In 1949 begonnen met wielrennen won Tiny als nieuweling zeven wedstrijden: in 1950 in Goirle en in 1951 in Steenbergen, Veldhoven, Dussen, Sint Willebrord, Nuenen en IJzendijke. Zes keer werd hij tweede, waaronder in de Acht van Bladel.

1952 is zijn eerste jaar als amateur. Hij wint meteen in Raamsdonksveer, behaalt drie tweede plaatsen en wordt derde in het Brabants kampioenschap en de Omloop van de Kempen (200 kilometer).

10 5 hrvw kempen
1953, Omloop van de Kempen. Tiny wordt geklopt door Piet van den Brekel, die een jaar eerder de wereldtitel werd ontnomen, omdat hij van fiets had gewisseld.  (part.coll.)

 

In 1953, zijn tweede jaar bij de amateurs, zijn er drie eerste plaatsen, in wel in Zundert, Kaatsheuvel en opnieuw Raamsdonksveer. Daarnaast wordt hij acht keer tweede. Hij wordt eerste in het Nederlands Klassiekerklassement en derde in het Brabant Klassement. In de klassiekers komt hij telkens net wat te kort: tweede Omloop van de Kempen, derde Amsterdam - Tiel - Amsterdam (265 kilometer), derde Acht van Chaam, vierde Kampioenschap van Nederland (Zandvoort), vijfde Ronde van Limburg.

1954 is een beetje een rampjaar voor Tiny. Door een val in de Ronde van West-Vlaanderen loopt hij een hersenschudding op en is maandenlang uitgeschakeld. Toch wint hij nog in Wijchen, wordt tweede in Amsterdam - Tiel – Amsterdam en de Ronde van Noord Holland, derde in de vijfde rit van de Ronde van West Vlaanderen, vierde in de Ronde van Midden Brabant, tiende in de Zeven Provinciënrit (voorloper Olympia's Tour) (derde in tweede rit), en 27e in de Route de France, een voorloper van de Tour de l'Avenir. Hierin ging hij met de eersten over de Tourmalet, maar reed lek op de top, brak vervolgens een remkabel in de afdaling en reed – om de ellende helemaal maar compleet te maken – nog een tweede keer lek. In totaal wordt hij dat jaar negen keer tweede.

Ook in 1955 wordt hij weer negen keer tweede. Overwinningen boekt hij alleen in België en wel in Hamont en Eksaarde. Hij wordt tweede in zijn eigen Ronde van Vlijmen en de Ronde van Zuid-Holland, vierde in Olympia's Tour (die na 28 jaar voor het eerst weer georganiseerd wordt, vierde in eerste rit, vijfde in tweede rit, tevens oranjetrui drager, vijfde in derde rit, negende in vierde rit met aankomst op De Vliert), vijfde in de Ronde van West-Vlaanderen (vijfde in derde rit, twaalfde in vierde (tijd) rit, derde in vijfde rit, zesde in zesde rit) en vijfde in Amsterdam - Arnhem - Amsterdam.

In 1956 wordt Tiny onafhankelijke. Hij wint het Clubkampioenschap van Gerrit Schulte in het Duitse Gütersloh en de zevende rit Berlijn-Leipzig in de Vredeskoers. Ook wordt hij nog derde in Vlijmen (profs) in een wedstrijd achter motoren, vierde in Oostburg (profs), zevende in de eindstand van de Vredeskoers (twaalfde in eerste rit, achtste in derde rit, derde in zesde rit, eerste in zevende rit, twaalfde in tiende rit, negentiende in elfde rit, zesde in twaalfde rit), achtste in Zandvoort (profs) en de Ronde van Limburg (profs).

10 6 hrvw-cartoon
Oostblok-cartoon (Archief Tiny Wolfs)

 

Opnieuw drie overwinningen zijn zijn deel in 1957 en wel in Wijchen, Rosmalen en de derde rit met aankomst in Vlijmen in de Ronde van Brabant. Hij wordt vijf keer tweede, derde in de eindstand van de Ronde van Brabant (vierde in eerste rit, vijfde in tijdrit, eerste in derde rit), vierde in de Acht van Chaam (profs) en 29ste in de Ronde van Nederland (profs).

1958 wordt zijn laatste jaar als renner. Nog steeds rijdend als onafhankelijke wordt hij tweede in Oud-Gastel en zevende in de eindstand van de Ronde van Brabant (tiende in eerste rit, zevende in tweede rit).

De ontmoeting

10 7 hrvw lars1
Tiny Wolfs, de oude kampioen, vertelt. Lars Boom, de nieuwe kampioen, luistert. (foto: Ad van Kessel)

 

Op vrijdag 28 oktober 2011 publiceerde het Brabants Dagblad het artikel 'Waar een klein dorp héél groot in kon zijn'. Hierin werd Tiny Wolfs (door mij) aangeduid als de beste Vlijmense renner aller tijden. Een dag later fietste ik voor een boodschap naar het Plein. Aan de andere kant van de weg kwam, op een omafiets, Lars Boom me tegemoet. "Tiny Wolfs op één!", riep hij. Weer een dag later verjaarde zijn moeder Riet, waar we 's avonds op bezoek gingen. Mijn vrouw ging als eerste naar binnen, ik liep er achteraan. "Die achterste komt hier niet binnen", riep Lars vanaf de bank. Haha, hij was dus in ieder geval getriggerd! En dat werd nog versterkt toen een van zijn tantes, die het verhaal gehoord had, spontaan het Tiny Wolfs-supporterslied begon te zingen. Toen ik hem feliciteerde met zijn moeder, vertelde ik hem dat we komende woensdag op bezoek zouden gaan bij Tiny Wolfs en vroeg of hij tijd en zin had om mee te gaan. Hij twijfelde nog wat, maar een paar dagen later belde hij: hij wilde wel eens weten wie die Tiny Wolfs toch wel was.

Hij dacht mee te gaan voor even een handje, een praatje en een foto, om dan meteen verder te rijden naar de wekelijkse cyclocross training in Alphen. Maar nadat Tiny en zijn vrouw waren bekomen van de verbazing dat de (oud-)wereldkampioen was meegekomen, kwamen de eerste foto's, krantenknipsels en plakboeken tevoorschijn en daarmee ook de oude wielerverhalen.

10 8 hrvw lars2
Tiny wijst aan, Lars kijkt aandachtig mee. (foto: Ad van Kessel)

 Een half uur later nam Lars met zichtbare tegenzin afscheid, want hij had nog veel meer willen horen van de oude kampioen. Verbaasd en vol interesse had hij gekeken naar de foto's met de uitpuilende stadions in de Vredeskoers, geluisterd naar de verhalen van uit een heel andere wielertijd, maar hij was er ondertussen ook van overtuigd dat er al eerder een grote kampioen in Vlijmen rondreed.

Tiny, bescheiden als hij is, vertelde dat hij in totaal maar zes wedstrijden gewonnen heeft, maar wel 35 keer tweede werd in zijn wielerloopbaan. Het eerste is absoluut onwaar, wij telden minstens twintig eerste plaatsen, het tweede komt beter in de richting, wij telden 36 tweede plaatsen.

In 1948 werden de wereldkampioenschappen wielrennen in Nederland verreden. Tiny, toen net achttien jaar oud, fietste met zijn broer Theo naar Valkenburg, waar zij twee dagen verbleven en Harry Snell (amateurs) en Briek Schotte (profs) wereldkampioen zagen worden. Zij hadden geen verblijf in Valkenburg en hadden twee nachten niet geslapen toen zij aan de terugweg naar Vlijmen begonnen. Om niet in slaap te vallen bleef Theo met zijn fietsbel bellen, maar net voor Den Bosch gebeurde het onvermijdelijke. De oogjes gingen toe en hij reed tegen een betonnen kilometerpaaltje. Thuisgekomen was Tiny zo moe dat hij twee dagen en nachten op bed lag. De koersen in Valkenburg en de gebeurtenissen onderweg bleken de voedingsbodem te zijn voor Tiny om te beginnen met wielrennen.

Een jaar later werd hij dan ook echt coureur. De eerste twee jaar was hij nieuweling en wist hij meteen een zevental wedstrijden te winnen. Zij eerste fiets was een 'Mol' (Ossendrecht), gekocht voor tweehonderd gulden. Later werd dit een RIH. Als onafhankelijke reed hij voor de Magneet-ploeg en dus op een Magneet die speciaal voor hem aangemeten was.

Hij werkte indertijd op de schoenfabriek in Drunen, waar om half acht 's morgens begonnen moest worden. Voordat hij 's morgens inklokte had Tiny er samen met zijn latere zwager Herman Rutten voor dag en dauw al een ritje naar Nijmegen en terug opzitten! Ook Louis Pardoel, later met de negende dan in de Japanse vechtsport Taekwondo de hoogst gegradeerde in Europa, was een vaste trainingsmaat.

Naar het gros van de koersen die hij betwistte, werd op de fiets naar toe gereden. Zijn lievelingstrui, zwart met gele sterren, liet hij speciaal maken in Turnhout.

In 1952 werd hij amateur en behaalde een overwinning in Raamsdonksveer. 1953 werd een topjaar met drie overwinningen en een eerste plaats in het Nederlands klassiekerklassement (opgemaakt over dertien topwedstrijden). Dit resulteerde in uitzending naar het Wereldkampioenschap in Lugano. Van de wielerbond kreeg hij tweehonderd gulden en daarmee moest hij zelf maar zien in Lugano te komen. Samen met Tilburger Cees Paijmans, de Nederlandse kampioen (Tiny was vierde geworden) treinde Tiny met fiets en bagage via Utrecht en Basel naar Lugano. Het laatste stuk naar het hotel ging op de racefiets. Van zijn goede vorm was weinig over en Tiny haalde het einde van de wedstrijd niet. In 1954 behaalde hij maar één overwinning, bleef wel kort koersen in grote klassiekers, maar verloor een deel van het seizoen door een zware val in de Ronde van West-Vlaanderen, waarbij hij een hersenschudding opliep.

In 1955 waren er twee overwinningen, weer topnoteringen in klassiekers en droeg hij een dag de oranje leiderstrui in de allereerste Olympia's Tour van na de oorlog.

In 1956 behaalde hij zijn allermooiste succes. Naast twee andere zeges werd hij de winnaar van de etappe Berlijn – Leipzig in de Vredeskoers.

10 9 hrvw wbp1 10 10 hrvw wbp2
Warschau-Berlijn-Praag 1956 Tiny zet er een tandje bij en trekt nog eens flink door. (Archief Tiny Wolfs)

 Warschau – Berlijn – Praag was in die tijd de grootste en sterkst bezette etappekoers voor amateurs van het jaar en werd ook wel de Tour de France van het Oostblok genoemd. Tiny bewaart nog altijd de beste herinneringen aan deze wedstrijd, waar hij met de allerbeste amateurs van dat moment duelleerde en uiteindelijk zevende werd in het eindklassement.

10 11 hrvw wbp3 10 12 hrvw wbp4
Aankomst in het stadion van Leipzig Tiny stormt als eerste de sintelbaan op en zet meteen aan voor de sprint. (Archief Tiny Wolfs)
10 13 hrvw wbp5 10 14 hrvw wbp6
Tiny sprint door tot op de meet. (Archief Tiny Wolfs)
10 16 hrvw wbp8 10 15 hrvw wbp7
Na aankomst in het bomvolle stadion wacht de 'Betreuer' en de ereronde. (Archief Tiny Wolfs)

1957 bracht hem zijn laatste successen als wielrenner. Opnieuw drie overwinningen, met als mooiste uiteraard de zege in de derde rit van de Ronde van Brabant. Deze vertrok in zijn huidige woonplaats Goirle en kwam aan in Vlijmen. Werd er door Tiny een wedstrijd gewonnen, dan liep het hele dorp uit en kon hij haast niet thuis komen. Steevast werd dan het supporterslied 'Tiny Wolfs, onze kampioen' gezongen.

De supportersclub werd gerund door Dorus van Dal, Bart Fabrie en Harry van den Berg. Grote supporters waren De Kwikkert (Huub Boom, kastelein van café Het Centrum), die regelmatig, speciaal als Tiny op kop lag, met flinke premies over de brug kwam, en Bertus Coensen. De laatste ging in het hol van de leeuw – Sint Willebrord – nog eens op de vuist omdat plaatselijke supporters aldaar Tiny aan het afbreken waren.

In de jaren 1956, 1957 en 1958 reed Tiny als onafhankelijke, een categorie waarbij zowel bij de amateurs als bij de profs aan wedstrijden deelgenomen kon worden. Zodoende kwam Tiny er achter dat het bij de profs geen grote vetpot was. Door voor rappe mannen als Gijs Pauw en Willy Vannitsen bij premiesprints de spurt aan te trekken verdiende hij wat bij, maar te weinig om goed van te kunnen leven. Toen hij dan ook zijn vrouw leerde kennen en vanuit Vlijmen eerst naar Heusden en later naar Goirle verhuisde, zette hij een punt achter zijn wielerleven.

10 17 hrvw 55jaarlater

Vijfenvijftig jaar later! Tiny Wolfs, 80 jaar ondertussen, maar nog altijd met de klasse en uitstraling van de kampioen! (part.coll./Ad van Kessel)

 

Bronnen:
• Stadsarchief 's-Hertogenbosch, Provinciale Noord Brabantsche Courant-Het Huisgezin
• Honderd jaar wegrenners, Wim van Eyle, Jacques Burremans
www.dewielersite.nl
• Wielersport
• Archief Tiny Wolfs
• Archief Bart van de Ven
• De Waarheid

Reacties of aanvullingen op dit of vorige artikelen? Mail naar Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken

Foto's zijn te vergroten door op het vergrootglas te klikken

Klik hier voor een interview met de schrijver van deze tiende aflevering van Het Rijke Vlijmense Wielerleven


 

© 2012, Ben Libregts

 

 

Deel deze pagina

 
Loading..